De deskundigheid van verzekeringsartsen moet meer worden benut om definitieve uitval van zieke werknemers te voorkomen. Dat is de conclusie van het UWV-congres 'Sociaal medisch beoordelen anders bekeken', dat afgelopen week werd gehouden.
Door de sociaalmedische beoordeling van mensen die niet of minder kunnen werken in een vroegtijdig stadium te laten plaatsvinden, wordt de kans op een succesvolle re-integratie groter.
In de afgelopen jaren is volgens UWV veel vooruitgang geboekt met de professionalisering van de verzekeringsgeneeskunde. Een verzekeringsarts in 2010 weet inmiddels veel meer over de relatie tussen ziekte en werk dan tien jaar geleden. In de praktijk wordt deze expertise echter nauwelijks benut. Driekwart van de aanwezigen van het congres was het dan ook eens met de stelling dat een betere inzet van de deskundigheid van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige nodig is om een duurzame arbeidsparticipatie te bevorderen. Zes op de tien congresgangers vinden dat de sociaal medische beoordeling een vast onderdeel moet zijn van het aanvragen van een bijstandsuitkering. Ruim 80 procent van de aanwezigen vond dat werkgevers zich meer moeten inspannen om ziekte en uitval te voorkomen. Een vertegenwoordiger van het Slotervaart Ziekenhuis Amsterdam, benadrukte het belang van een snelle re-integratie in de eerste periode van het ziekteverzuim. Het is van groot belang om in de eerste vier tot zes weken van het ziekteverzuim de werknemer uit de gevarenzone te halen. Wij doen er alles aan om een snelle re-integratie te bevorderen, want wij hebben ervaren dat werken juist helend kan zijn.
De pensioenfondsen werken aan een nota waarin zij pleiten voor een soepelere toepassing van de regels waaraan zij moeten voldoen. Het gaat vooral om de manier waarop de rente wordt meegewogen in de dekkingsgraad die aangeeft in hoeverre fondsen in staat zijn in de toekomst te voldoen aan al hun verplichtingen.
De huidige lage rentestand is een van de oorzaken van de problemen waarin veel fondsen verkeren. Een lage rente heeft een neerwaarts effect op de dekkingsgraad. Morgen verschijnt in de dagbladen een advertentie van ABP en nog vier grote pensioenfondsen, waarin zij uitleggen dat de lage rente en het stijgen van de levensverwachting de fondsen voor problemen stelt. Als de situatie niet verandert kan dat betekenen dat de pensioenuitkeringen in 2012 naar beneden moeten. De fondsen zien verlaging van de uitkeringen wel als laatste redmiddel.
De grote pensioenfondsen hebben hun dekkingsgraad, de verhouding tussen hun kapitaal en de pensioenverplichtingen, afgelopen maand flink zien dalen. Als belangrijkste oorzaak noemen zij de rente, die naar een historisch dieptepunt is gezakt.
De dekkingsgraad van de vijf grootste pensioenfondsen is ver onder het minimum van 105 procent dat De Nederlandsche Bank (DNB) heeft vastgesteld.
De dekkingsgraad van ABP daalde van 95 procent in juli naar 88 procent in augustus. Het bedrijfstakpensioenfonds voor werkgevers en werknemers bij de overheid en in het onderwijs heeft 2,8 miljoen klanten. Zorg en Welzijn zag de dekkingsgraad dalen van 103 procent in juli naar 94 in augustus. Bij het fonds zijn ruim 2 miljoen mensen aangesloten.De dekkingsgraad van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (BPF Bouw) daalde van 105,3 procent in juli naar 97,1 procent in augustus. BPF Bouw verzorgt de pensioenvoorziening van ongeveer 850.000 (oud-) werknemers.
Het Pensioenfonds van de Metalelektro (PME) stelde een daling van de dekkingsgraad vast van 95 procent in juli naar 91 procent in augustus. Bij het fonds zijn meer dan 636.000 mensen aangesloten. PME behoort tot de groep van veertien fondsen die momenteel met De Nederlandsche Bank (DNB) in gesprek is over mogelijk korten. De dekkingsgraad van het Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) daalde van 94 procent in juli naar 85,2 procent in augustus. Het fonds heeft ruim 1 miljoen klanten.